Ontwikkelingen van de Nederlanders
In 1390 werd de torenmolen (horizontaal aangedreven molen) opnieuw herzien door de Nederlanders, zij hebben de techniek van deze molen aanzienlijk verbeterd. Wat zijn de verbeteringen dan geweest?
Wel als eerste hebben ze verdiepingen aangebracht in de molen zodat er verschillende lagen ontstonden.

Deze lagen werden gebruikt voor het malen van het graan, schil verwijderen, opslag van graan en onderin was een compleet leefgedeelte aanwezig. Ook werd het mogelijk gemaakt door de Nederlanders om de kop van de molen
te kunnen draaien, de molen kon dus eigenlijk elke keer met zijn neus in de wind gezet worden en andersom.
Een andere verbetering was dat de molen op verschillende snelheden kon draaien, dit maakte het mogelijk om bij verschillende windsnelheden toch nog te kunnen werken.
De molens van die tijd waren eigenlijk de elektrische motors van deze tijd.
De molens werden vooral gebruikt voor de volgende dingen:
| Het verplaatsen van water | Het malen van graan | Het zagen van hout |
|---|---|---|
|
|
|
|
In de 19e eeuw nam de vraag naar deze windmolens af. De stoommachine deed zijn intrede en nam het werk van de windmolen over. Was er dan helemaal geen toekomst voor de molen meer door deze ontwikkeling? Toch wel alleen dit gebeurde ver weg in het westen.
In Amerika werd de windmolen al meer dan 100 jaar gebruikt voor het verplaatsen van water en het omhoog pompen van water. Dit werd gedaan door een relatief kleine windmolen met een horizontale as (veel goedkoper en makkelijker te gebruiken als de stoommachine). Het eerste model was de Halladay in 185
4. Deze molen had een peddelachtig ronddraaiend rad wat met een staart in de wind werd gehouden.
Met de horizontaal/verticaal omzetter werd het mogelijk om water uit de grond omhoog te pompen. Ook hadden ze goed na gedacht over de variatie van windsnelheden. Als het harder ging waaien dan klapten de peddels geleidelijk weg uit de wind. Tussen 1850 en 1970 werden meer dan 6 miljoen van dit soort molens geïnstalleerd alleen al in Amerika. Laat in de 19e eeuw werden deze molens voor het eerst gebruikt voor het opwekken van elektriciteit. (het begin van de windmolen zoals we hem nu kennen) Vanaf 1900 werd het belangrijkste doel van de windmolen het opwekken van elektriciteit. Hoe ging dit eigenlijk in zijn werk? De eerste molen die werd gebouwd om elektriciteit op te wekken was de "Picket-fence" (1888) met een rotor spanwijdte van 17 meter. Deze molen had een overdracht van 1:50 de snelheid van de molen was ongeveer 500RPM. De opbrengt van deze molen was ongeveer 12 kilowatt. In 1891 ontwikkelde Dane Poul La Cour een windmachine die werkte op het principe van een rotor die bestond uit 4 bladen. (de Hollandse molen zoals we hem kennen) De molen had een opbrengst van ongeveer 25 kilowatt, deze molen kwam vooral veel voor in Denemarken.
Rond 1920 waren er 2 verschillende type windmolens die goed dienst deden als windmolen. Dit waren de met zeil aangedreven windmolens en de windmolens met wieken. In 1930 kwamen er windmolens op de markt van 1 tot 3 Kilowatt die goed dienst deden in het mid-westen van Amerika.
Rond 1940/1950 kwam er steeds meer vraag naar elektrische energie in het boeren leven, vooral op de plaatsen waar verder niet veel infrastructuur aanwezig was. In die tijd had ook bijna elke boer vooral in Amerika zijn eigen windmolen om voor de benodigde energie te zorgen, of gewoon simpelweg voor het omhoog pompen van water e.d. Begin jaren 50 kwamen er ook steeds meer windmolens voor het opwekken van elektriciteit voor in delen van Europa, Afrika en Australië.



