NIEUWS
15/04/2012
molenbrand burum
10/04/2012
avondexcursies 12 en 19 juni
Samen met Ruurd Jacob Nauta heeft Frits de avondexcursies voor volgend jaar vastgesteld: 12 juni in Burum en Munnekezijl, op 19 juni in Kimswerd en Lollum.

Opleiding en examen

uittreksel Huishoudelijk Reglement GFM 24-03-2012

OPLEIDING

 

Artikel 5

 

  1. Eisen om aan de opleiding te mogen beginnen.
    1. Bij het aanvangen van de opleiding dient men minstens zestien jaar en zes maanden oud te zijn.
    2. Voor het volgen van de opleiding tot molenaar is geen vooropleiding vereist.
  2. Aan het begin van de opleiding wordt een maalboekje uitgereikt, waarin onder verantwoordelijkheid van de leermeester opdrachten en andere activiteiten op de molen vermeld worden.
  3. Tijdens de opleidingsperiode wordt geacht dat de leerling praktijk/stage doet op andere molens en het verslag van de stage in het maalboekje wordt vermeld.
  4. Tijdens de stageperiode worden eveneens een aantal opdrachten onder toezicht van de leermeester uitgevoerd.
    1. De aanvang van een stage periode wordt beslist door de leermeester, echter niet eerder dan na zes maanden na het begin van de opleiding.

 

Artikel 6

 

  1. Voor de opleiding is geen cursusgeld verschuldigd.
  2. Lesboeken, leerboeken en ander studiemateriaal, komt voor rekening van de leerling.
  3. Alle reiskosten die betrekking hebben op de praktische en theoretische scholing, zijn voor rekening van de leerling.
  4. De leermeestersvergadering adviseert het Bestuur welke leermiddelen aangeschaft moeten worden.

 

Artikel 7

 

  1. De opleiding kan op ieder tijdstip van het jaar aanvangen.
  2. De opleiding duurt minimaal achttien maanden, tijdens welke tenminste 180 uur gelijkelijk verdeeld over deze 18 maanden moeten worden gemaakt.
  3.  De opleiding geschiedt in principe volgens een combinatie van theorie en praktijk.
  4. De vereiste praktische bekwaamheden worden aangeleerd op een windmolen, hierna aangeduid als lesmolen, onder begeleiding van een leermeester.
  5. Wat betreft de theoretische kennis zal, onder leiding van een leermeester, regelmatig kennis overdracht plaatsvinden, waarbij zelfstudie onontbeerlijk is.
  6. Verantwoording van het aantal uren wordt afgelegd in het maalboekje dat door de leerling en de leermeester persoonlijk wordt ondertekend. De stage-­uren worden ondertekend door de leermeester op de stagemolen.

 

 

Artikel 7a

 

  1. Overgangsregeling voor leden van het GVM die examen willen doen conform de eisen van het GFM:
  2. De voorwaarden om examen te mogen doen zijn:
    1. minstens 1 ½ jaar aaneengesloten lid van het GVM/GFM
    2. minstens ½ jaar lid van het GFM
    3. minstens 3 stages bij GFM
    4. minstens 40 draaiuren o.l.v. de eigen leermeester
  3. totaal minstens 180 draaiuren

 

 

Artikel 8

 

Mocht de leerling tijdens de opleiding onvoldoende betrokken zijn bij de opleiding, dan kan het Bestuur, gehoord de reden van de leerling en het advies van de leermeestersvergadering, besluiten het lidmaatschap van leerling te muteren in het lidmaatschap van buitengewoon lid. Het Bestuur deelt dit schriftelijk mede aan de leerling.

 

Artikel 9

 

Als leermeesters treden op molenaars die bereid zijn één of meer leerling zowel een theoretische als praktische scholing te geven en de verantwoording te dragen voor hun scholing en vorming. Zij ontvangen van het Bestuur een schriftelijke bevestiging van hun aanstelling.

 

Artikel 10

 

De aankomende leerling kiest in overleg met het Bestuur, de leermeestersvergadering gehoord, een lesmolen.

De plaatsing op een lesmolen wordt door het Bestuur schriftelijk aan de leerling medegedeeld.

 

Artikel 11

 

  1. Gedurende de opleiding dient de leerling negen dagdelen stage te lopen, verdeeld over zoveel mogelijk verschillende molens.

 

  • Twee maal een houtzaagmolen;
  • Twee maal een korenmolen;
  • Twee maal een poldermolen;
  • Eén maal een spinnenkop;
  • Eén maal een tjasker;
  • Eén maal een Amerikaanse windmotor.

 

  1. Het dubbele dagdeel stage is niet verplicht voor het type molen dat voor de leerling lesmolen is.
  2. Een stage is alleen geldig op een lesmolen welke is aangewezen door het Gild Fryske Mounders,
    1. onder begeleiding van de daar aanwezige leermeester,
    2. op een stagemolen, zijnde geen lesmolen, dan geschiedt de stage onder begeleiding van de eigen of een door de eigen leermeester aangewezen leermeester.
  3. De leermeester dient een stage, achteraf mede te ondertekenen.

 

 

 

EXAMENREGELING

 

Artikel 12

 

 

  1. Aan het eind van de opleiding tot molenaar volgt een examen, afgenomen door een examencommissie aangesteld door het Gild Fryske Mounders, en conform de geldende reglementen voor examens die deze examencommissie hanteert.
  2. Een leerling die de leeftijd van achttien jaar of ouder heeft bereikt, kan worden toegelaten tot het examen.
  3. Het examenaanmeldingsformulier wordt medeondertekend door de leermeester.
  4. De examencommissie bestaat uit 3 leden: de leermeester, die daadwerkelijk het examen afneemt en twee gecommitteerden, die toezien op een ordentelijk verloop van het examen.
  5. Het bestuur kan op advies van de leermeestersvergadering, een kandidaat (nog) niet toe laten tot het examen.

 Een dergelijk advies wordt schriftelijk en met redenen omkleed ter kennis gebracht aan de      leerling.

  1. Het verschuldigde examengeld dient uiterlijk 2 weken voor de datum van het examen te zijn bijgeschreven op de rekening van de vereniging
  2. Het examen aan het einde van de opleiding tot molenaar bestaat uit een praktisch en theoretisch gedeelte.
    1. Het praktische gedeelte wordt in principe afgelegd op de lesmolen waar de examenkandidaat zijn opleiding heeft genoten en duurt ca. zestig minuten.

                                               i.      Indiende eigen lesmolen niet beschikt over het oud-Hollands wieksysteem, dan wordt in overleg met de betrokkenen voor het examengedeelte “zeilvoering” uitgeweken naar een molen met het Hollandse wieksysteem.

  1. Het theoretische gedeelte wordt mondeling afgelegd, bij voorkeur in een daartoe geschikte locatie. Dit duurt ca. twintig minuten.
  2. Beide gedeelten van het examen worden op een en dezelfde dag afgenomen.

Indien naar het oordeel van de examencommissie de weersomstandigheden het afleggen van het praktische gedeelte niet goed mogelijk maken, zal de examencommissie beslissen of het examen geheel of gedeeltelijk kan worden uitgesteld. Echter op een datum die niet later dan 4 weken na datum waarop oorspronkelijk het examen was bepaald.

  1. Indien de leermeester van de examenkandidaat door ziekte of andere gewichtige redenen niet in staat is het examen af te nemen, kan het examen geen doorgang vinden. Het examen wordt dan tot nader datum uitgesteld.

10.  Indien één van de gecommitteerden verhinderd is (wegens ziekte of persoonlijke omstandigheden), dan zorgt de opleidingscommissaris zo mogelijk voor vervanging

11.  In bijzonder, zwaarwegende omstandigheden kan na overleg met het bestuur afgeweken worden van lid 6. van dit artikel.                  

 

 

Artikel 13

 

vervallen

 

Artikel 14

 

  1. Onmiddellijk na afloop van het examen stelt de examencommissie een schriftelijke verklaring op in vijfvoud, vermeldende:

 

  • De naam van de examenkandidaat;
  • De namen van de leden van de examencommissie;
  • De naam van de leermeester;
  • De datum van het examen;
  • De plaats van het examen;
  • De naam van de molen waar het praktische gedeelte van het examen werd afgenomen; en eventueel de plaats en tijd examengedeelte zeilvoering;
  • De naam van de molen waar het theoretische gedeelte van het examen werd afgenomen;
  • De beoordeling van de wijze waarop de verschillende onderdelen van het examen werden afgelegd;
  • De beoordeling van de wijze waarop de maalboekjes werden bijgehouden;
  • Het eindoordeel van de examencommissie;
  • De uitslag van het examen;
  • De verklaring wordt ondertekend door alle drie examencommissieleden;
  • De verklaring wordt ondertekend door de examenkandidaat.

 

  1. Het origineel van de verklaring wordt vervolgens ter plaatse aan de examenkandidaat uitgereikt.

Het eerste afschrift wordt door de leermeester, lid van de examencommissie, terstond per brief verzonden aan de opleidingscommissaris.

Het tweede, derde en vierde afschrift van de verklaring zijn bestemd voor de drie  leden van de examencommissie.

 

 

 

Artikel 15

 

  1. Het herexamen voor een gedeelte van de bekwaamheidseisen is in beginsel niet mogelijk, tenzij het bestuur anders beslist, gehoord het advies van de leermeestersvergadering.
  2. Kandidaten die herexamen moeten doen, zullen pas na zes maanden weer tot een examen worden toegelaten.

 

 

Artikel 16

 

Het bijwonen van de examens door de leden van de vereniging als toehoorder is niet toegestaan met als uitzondering van een leermeester.

 

 

Artikel 17

 

  1. Indien de leerling door de leermeester geschikt wordt geacht het examen af te leggen, wordt, na toestemming van de leermeestersvergadering, het examenaanvraagformulier ingediend bij de opleidingscommissaris.
  2. Het bestuur benoemt tijdig de leden van de examencommissie, gehoord het advies van de opleidingscommissaris.
  3. De datum van het examen wordt uiterlijk 4 weken voor het examen aan de betrokkenen gemeld door de opleidingscommissaris.
  4. De maalboekjes dienen uiterlijk vier weken voor het examen in het bezit te zijn van de examencommissie.
  5. De maalboekjes dienen twee weken voor aanvang van het examen goed- of afgekeurd te zijn door de examencommissie.

  

Artikel 18, 19 en 20

vervallen